De kracht

​Bert Hellinger

(vertaling van Die Kraft, uit ‘Für meine Freunde’, een boekje door Bert Hellinger. Uitgegeven ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag.)

Wanneer we mensen ontmoeten, bespeuren we meteen of ze kracht hebben en hoe veel. Iemand, die zijn ouders lief heeft, heeft duidelijk meer kracht dan iemand die één van beide ouders of zelfs beiden afwijst.

Mannen en vrouwen, die kinderen hebben en liefdevol voor hun kinderen zorgen, hebben meer kracht dan mannen en vrouwen die kinderloos zijn. Ook gehuwden hebben in de regel meer kracht en gewicht dan mensen die alleenstaand zijn gebleven. Klaarblijkelijk hebben mensen, die met anderen verbonden zijn, meer kracht dan mensen die zich voor anderen afsluiten, wat daar ook de reden voor mag zijn.

De anderen, met wie we liefdevol, in achting, gevend en nemend verbonden zijn, voegen aan het eigene wat toe, verbreden en verdiepen het, en geven ons volheid en gewicht. Met hoe meer mensen we op deze wijze verbonden zijn, des te groter wordt het gewicht van de eigen ziel en des te sterker de kracht, die we hebben en uitstralen.

Uit het voorgaande volgt, dat we onze kracht kunnen vergroten en vermeerderen, wanneer we ons onze familieleden, die er vóór ons zijn en waren, toewenden. En met liefde en achting nemen wat ons van hen toestroomt, en hen een plek in ons hart geven. Dat geldt in de eerste plaats voor onze ouders. Soms zijn we van hen vervreemd, omdat er een vroege scheiding was, als één van hen stierf of wanneer de ouders scheidden. Of ook wel omdat we ons naar hen toe wilden bewegen, maar deze beweging onderbroken werd of door omstandigheden werd verhinderd. Bijvoorbeeld omdat wij of één van de ouders lange tijd ziek waren. Het kind beleeft deze scheiding met een zo diepe pijn, dat hij deze niet anders kan uiten dan met afwijzing, vertwijfeling en woede. Wat de ouders dan ook doen om het kind te helpen, bereikt het kind slechts moeizaam. Ouders en kinderen lijden daar beiden onder, en beiden verliezen daardoor aan kracht.

De oplossing is, dat het kind terug gaat naar de tijd vóór de scheiding, naar zijn eerste liefde, en dat hij begrijpt, dat zijn vervreemding van zijn ouders in gekwetste liefde wortelt, en dat hij met zijn oorspronkelijke liefde de beweging naar zijn ouders toe nog een keer in gang zet, totdat die eindelijk bij zijn doel aan komt. Dat gaat des te makkelijker, wanneer het nemen van de ouders terug gaat tot aan het begin. Wanneer het kind innerlijk tegen zijn ouders zegt: ‘Ik neem het leven van jullie, zoals jullie het van jullie ouders en verder terug van alle voorouders hebt gekregen. Met alles wat dat met zich mee brengt aan mogelijkheden en grenzen, aan vreugde en leed, aan lusten en lasten en voor de prijs die het kost. Jullie zijn de enige mogelijke en de enige juiste ouders voor mij. En ik neem jullie als mijn ouders, precies zoals jullie zijn, als de enige en de voor mij beste ouders’. Op dat moment kan alle kracht van de ouders overvloeien naar het kind. Het kind voelt zich door zijn ouders en de ouders voelen zich door het kind rijk en vervuld.

Natuurlijk hebben ouders ook gebreken. Ook zij zijn, net als alle mensen, in hun mogelijkheden door hun herkomst en hun geschiedenis beperkt, en vooral ook door hun persoonlijke schuld. Maar dat maakt hen, hoe raar dat ook moge klinken, niet kleiner, maar grootser. Want ouders met onvolkomenheden maken hun kinderen eerder vertrouwd met de werkelijkheid van het leven dan volmaakte ouders. Ze maken het hun kinderen niet makkelijk, maar bereiden hun kinderen breder op het werkelijke leven voor. Wie dus zijn ouders toestemt, zoals ze zijn, hen acht, zoals ze zijn, hen neemt ook met datgene wat ze ons opleggen en van ons eisen, die verkrijgt door hen de volst mogelijke kracht.

Mensen winnen ook aan kracht door hun lot, door moeilijkheden overwonnen te hebben en leed te hebben doorgemaakt. Dan lijkt het wel, alsof vooral die mensen, met wie zij verbonden waren en zijn en hen als een onzichtbare kring omgeven, hen gewicht en kracht en grootsheid geven. Overlevenden van de holocaust lijken bijvoorbeeld omgeven te zijn door de doden, met wie ze een lotsverbondenheid hebben en zo aanwezig zijn als een stille kracht. En zo lijkt het, alsof de overlevenden, terwijl ze leven, ook tot de doden horen. Alsof de doden in hen herinnerd worden en zij ons op die manier herinneren aan die andere, machtige, donkere werkelijkheid. Iets dergelijks bespeuren we bij hen
die in een oorlog vochten en hebben overleefd. Ook zij zijn met vele doden verbonden, en door hen omringd, de gestorven vrienden en gestorven vijanden.

Kracht krijgen we ook door hen, die we bijstaan, die we door onze daden het leven en verder leven mogelijk maken. Dat geldt niet alleen voor diegenen, die direct in dienst staan van het leven, zoals bijvoorbeeld artsen, maar ook voor allen, die voor anderen iets doen, op welk vlak dan ook. Daar horen ook diegenen bij, die invloed op het leven van vele mensen hebben, zoals bijvoorbeeld werkgevers, politici, legeraanvoerders en, in dit verband ook rijke mensen, voor zover hun rijkdom veel anderen ten goede komt. Ondernemers die dat doen krijgen daardoor ook een persoonlijk gewicht en een bijzondere uitstraling en kracht.

Ook in de psychotherapie maakt het verschil, of de therapeut zich op een individu alleen richt, of daar voorbij ook die mensen voor ogen heeft, met wie de cliënt verbonden is. Wanneer een cliënt zich alleen met zichzelf bezig houdt, met zijn innerlijke psychische dynamiek, dan heeft dat in de regel weinig kracht, tenzij het om een persoonlijk trauma gaat. Maar wanneer de cliënt de anderen, die bij hem horen, ook in zijn blikveld houdt, dan wint hij aan kracht. De therapeut kan dan makkelijker en zuiverder met hem werken. Wanneer de cliënt bijvoorbeeld zelfmoordneigingen heeft en daarover alleen vertelt met betrekking tot zijn eigen gevoel, dan geeft dat weinig kracht, en de therapeut kan weinig voor hem doen. Heeft de cliënt tegelijkertijd zijn familie voor ogen, en vertelt dan bijvoorbeeld, dat zijn grootmoeder van moeders zijde in het kraambed gestorven is, dan komt het probleem in een heel andere context te staan. Dat kan nu samen met zijn moeder en grootmoeder gezien worden. Hij en zijn probleem winnen daardoor aan gewicht en kracht.

Ook de therapeut wint aan kracht, wanneer hij samen met de cliënt voortdurend diens familie voor ogen heeft en hen allen een plek in zijn hart geeft.

Vooral diegenen die in deze familie misschien buitengesloten, vervloekt of vergeten werden. Deze mensen sluiten zich dan bij de anderen aan, die de therapeut vanuit zijn eigen familie kracht geven. Met deze kracht en dit gewicht kan hij in het systeem van de cliënt ingrijpen, zonder aanmatigend te zijn Zo kan hij een oplossing zoeken, die zowel de cliënt als diens familieleden uitwegen uit hun verstrikkingen wijst en zich voor hen nieuwe mogelijkheden openen voor een vervuld leven.