De voorouders kijken mee

De NS heeft besloten 500 overlevenden die met NS-treinen vanuit Westerbork in de tweede Wereldoorlog gedeporteerd werden naar de kampen en duizenden nabestaanden een vergoeding te geven. Het gaat om Joden, Roma en Sinti. In 2005 had de NS aan hen al excuses gemaakt.

Kippenvel kreeg ik bij het lezen van dit nieuws.

Elk systeem vraagt om vereffening
De huidige NS-directie is natuurlijk niet verantwoordelijk voor de inzet van treinen toendertijd. Wel is er sprake van een collectieve of systemische schuld. Dat wil zeggen; door deze gebeurtenissen is er sprake van daders en slachtoffers; een onbalans is ontstaan. De daad van een individu heeft invloed op het geheel.

Daders en slachtoffers
Zolang feiten – hoe pijnlijk ook – niet worden benoemd en het enorme leed van slachtoffers niet wordt erkend door de dader(s) blijft er onevenwichtigheid bestaan. Deze “schuld” komt dan terecht bij de opvolgers of nakomelingen en kunnen daardoor belast zijn. Het is bekend dat kinderen van oorlogsmisdadigers soms iets goed willen maken bij de slachtoffers van hun vader of opa.

Wandaden en daders een plek geven en de gevolgen van hun handelen zichtbaar maken is dus essentieel. In opstellingen waarin representanten van daders tegenover de slachtoffers staan komt deze dynamiek duidelijk naar voren. Dan is wat ooit is gedaan rechtgezet.

Maar ja, wie in de oorlog “dader” was, kon na de oorlog ook met gemak “slachtoffer” worden genoemd. Het is maar net hoe je kijkt en wat de uiteindelijke effecten van hun handelen waren. Collectieve systemen werken echter niet vanuit “goed” of “fout” maar zoeken naar balans en reageren op buitensluiten van leden. Iedereen heeft recht op plek; wat hij of zij ook heeft gedaan.

Wat je wegmaakt daar zit je aan vast
In het boek van Daan van Kampenhout “Tranen van de voorouders” maakt hij de opmerking dat er veel monumenten voor slachtoffers zijn maar dat hij zich afvraagt waar de (onzichtbare) daders zijn gebleven. Hij heeft gelijk, want hoe zit het met de machinisten, politieagenten en leveranciers van de kampen. Kortom al die mensen die de bezetter hebben geholpen?

Wanneer daders worden buitengesloten kun je wachten op de volgende generaties dat iemand geïdentificeerd raakt met dat buitengesloten familielid. Ik denk dat we in Nederland ook op andere gebieden nog wel iets te doen hebben. Bijvoorbeeld bij ons slavernij -en koloniale verleden, politionele acties in Indonesië en de Molukse kwestie.

Ik maak een diepe buiging voor de NS.

De groep als spiegel

De groep laat zien wat ik buitensluit

Als ik mijn pijnlijke deel niet liefdevol omarm dan zie ik dat terug in de groep of het team wat ik coach. Ik voel me machteloos, geïrriteerd, afgewezen en die ene deelnemer verstoort steeds weer het proces! Mijn lichaam verkrampt en de adem stokt op dat moment. Ik sluit me af en kom in een niet gekozen “binding” Als trainer, coach voelt het alsof ik plots tegen een ‘muur’ aanloop. Ik kan geen goed contact meer maken met de groep.

Mijn hoofd zegt dat er vele (externe) oorzaken te vinden voor deze gevoelens. Ze zijn echter slimme uitvluchten om niet in contact te hoeven zijn met een kwetsbaar thema wat in mij wordt aangeraakt  De ‘magische beweging’ die volgt ken ik goed. Ga hard werken, mijn best doen. De eindevaluaties móeten goed zijn. Mijn ouders leefden dit principe voor.

Mijn eigen overdracht voor de groep benoemen is krachtig en waardevol maar het vraagt een grote mate van alertheid en de bereidheid van mij om er weer ‘langs’ te gaan. Dit deel werkelijk in te sluiten te omhullen. Iedere keer opnieuw.

En natuurlijk lukt me dat niet altijd. Geen probleem trouwens, de groep of coachee laat me dit wel zien en voelen. Een andere indicatie voor overdracht is voor mij de mate waarin ik de groep of deelnemer innerlijk in- of uitsluit.  Dit laat zich dan zien als een oordeel. Het is voor mij een signaal dat er ‘iets’ niet mag zijn. Kan ik iemand echt welkom heten? Dit is de opgave die past bij mijn gave.

Kunnen ze niet zien dat ik er ook bij wil horen? Te accepteren dat ik doe wat ik doe is een leerproces aangezien ik het heel graag goed wil doen. Ik zie mijzelf weer op het schoolplein staan. Een onzeker jongetje met rood haar wat (onbewust) de gelegenheid biedt om de onmacht van andere kinderen op te projecteren. Ik straal uit waar zij niet mee om kunnen gaan. Ben ik welkom hier?


‘Uit gemis wordt verlangen geboren.’

Deze zin raakt mij ieder keer weer. Ik ben trainer en coach geworden uit een diep verlangen om gezien en gehoord te worden. Vanuit mijn schizoide masker voel en zie ik wat er nodig is. Moet mezelf steeds terugroepen om ook echt deelnemer te zijn in de verbinding met de ander. Weer in contact brengen wat uit contact is gegaan ken ik goed vanuit mijn geschiedenis.

Ik heb mijn vak er van gemaakt, hoe kon het anders? Ik word stil als ik me realiseer dat in de kwetsuur ook mijn ‘parel’ is ontstaan. Het invoelen van wat bij de ander speelt en mijn intuïtieve kant bijvoorbeeld zijn hierdoor goed ontwikkeld.

Het werken met mensen, individueel en met groepen, blijft naast het inhoudelijke en didactische vakmanschap een ontdekkingstocht naar mijzelf. Wat gebeurt er in het contact? Wat kom ik hierin tegen? Het is niet toevallig dat ik mensen coach op het verbinden met hun potentieel. Ik ken de beweging van “weggaan” en terugkomen in mijzelf inmiddels maar al te goed.

Het vak als trainer en coach zo te leven en te delen geeft me, na alle jaren, een diepe voldoening. Het is voor mij als ‘thuiskomen’ en in contact zijn met mijn bestemming. Zelfacceptatie van alles wat ik meeneem als trainer opent ‘het nieuwe’ in de ontmoeting en vormt de bodem voor verbinding met de groep. Vanuit dit open hart kan ik alles insluiten, dán stroomt het; ‘Welkom vandaag, fijn dat je er bent!’.

 

“Wellicht zijn alle draken in ons leven
uiteindelijk wel prinsessen die er in angst en beven
slechts naar haken
ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken.
Wellicht is alles wat er aan verschrikking leeft
in diepste wezen wel niets anders dan iets
dat onze liefde nodig heeft.”

 Rainer Maria Rilke

De prijs van veiligheid

Inleiding

Carel Boers heeft aan de bel getrokken. Binnen de Politieorganisatie blijkt er, volgens hem, sprake te zijn van ernstig grensoverschrijdend gedrag: discriminatie, intimidatie, corruptie enz. Ondanks het feit dat deze misstanden meerdere malen zijn gerapporteerd aan de leiding, is er niets of nauwelijks iets met deze informatie gedaan.

Korpschef Erik Akkerboom reageerde met drie opmerkingen: 

1. “Ja, de informatie klopt”;

2. “Wij zijn als politie organisatie ook een onderdeel van de maatschappij”; 

3. “Dit gedrag is ontoelaatbaar”.

Dit artikel gaat over het systemisch perspectief wat onder het grensoverschrijdende gedrag binnen de Politieorganisatie een rol kan spelen. Vanuit deze invalshoek is niet gewenst gedrag geen oorzaak maar een symptoom van een onderliggende organisatiedynamiek. 

Het is, systemisch gezien, een signaal dat verwijst naar een verstoring in de ordening. Het gaat dan niet meer over “goed” of “fout”. 

De standaardreactie hierop: angst, schrik, oordeel, afgrijzen, straffen, berispen etc. lost het probleem mijns inziens niet op (integendeel). De essentie van het probleem blijft onderhuids voortwoekeren.

 

Persoonlijk geweten

Systemisch gezien kan iemand loyaal zijn aan de miskende slachtoffers binnen een organisatie. Het kan bijna niet anders dan dat deze identificatie ook herkenbaar is vanuit het eigen familiesysteem van herkomst. De vraag is aan wie of wat is diegene loyaal vanuit zijn of haar persoonlijke geschiedenis door dit op zich te nemen? 

Wie of wat wordt hiermee erkend of met wiens lot identificeert hij zich?En hoe zit het met het eigen daderschap?

Openbaar maken wat verhuld moet blijven is een offer uit diepe loyaliteit.

 

Het offer van Carel Boers kan inhouden dat hij nooit meer wordt gevraagd iets voor de Politie te doen. Daarnaast is het goed mogelijk dat andere potentiële  opdrachtgevers wel drie keer na zullen denken alvorens hem voor een klus in te huren. Voor je het weet hangt de vuile (bedrijfs)was buiten.

Als je de schaduw- of achterkant van een organisatie openbaar maakt is het lot van iedere klokkenluider dat ze buitengesloten worden door de groep waar ze ooit onderdeel van uitmaakten. Ze worden dan, gezien vanuit het perspectief van de organisatie, vaak als verrader bestempeld. 

Ad bos, Fred Spijkers en Chelsea Mannings kunnen hierover meepraten.

De slogan van Carel Boers is: verschil moet je vieren. Dit lijkt dan misschien mooi en prettig, het is echter slechts één kant van de medaille. Hij sluit wat mij betreft hiermee de andere zijde buiten. De achterkant van een feestje, wat impliceert dat het leuk moet zijn, betekent ook dat je na afloop de rommel die achterblijft moet opruimen of schaam je je  rot voor het gedrag van je vrienden. 

“Verschil” kan ook hard, pijnlijk, eenzaam, onbegrepen, irritant en emotioneel gewelddadig zijn. En dat is nou precies wat intern bij de Politie zichtbaar wordt. Er is veel moed voor nodig om met een “slecht geweten” je af te keren van de eigen groep. “Slecht” betekent hier ontrouw worden aan het groepsgeweten.

Sterker nog; ik vermoed dat Carel Boers er van overtuigd is dat hij het goede heeft gedaan. Hij voelt zich hierin onschuldig maar maakt zich tegelijkertijd schuldig aan het verraden van zijn eigen nest. 

Een persoonlijk geweten kan tegen het groepsgeweten ingaan.

 

Het Groepsgeweten

Een organisatie is gericht op overleven en het collectieve groepsgeweten is leidend. Bij iedere mogelijke bedreiging voor het systeem moet er worden gereageerd door de groepsleden. 

Mensen reageren hierin dan niet zozeer vanuit hun persoonlijke waarden, al lijken deze verbaal nadrukkelijk aanwezig, maar zijn ze “in dienst” genomen van iets groter en krachtiger; het groepsgeweten.

Ik weet zeker dat meerdere werknemers van The Weinstein Company afwisten van de onethische gedragingen. Maar vanuit een diepe loyaliteit aan het groepsgeweten breng je dit niet naar buiten.  

 

De schaduw leren insluiten

“Wat je buitensluit daar zit je aan vast”

Iedere mens, familie, groep of organisatie heeft dus een storage box met aan de buitenkant een nagenoeg ondoordringbaar rolluik waar we pijnlijke zaken aan het zicht kunnen onttrekken. 

Of het nu de Politie is, de Katholieke Kerk met haar misbruikschandalen, een Stichting tegen oorlog waar het bestuur elkaar de tent uitvecht of een studentenvereniging die haar leden mishandeld; de onderliggende patronen zijn steeds hetzelfde. Er worden zaken ingesloten: “dit mag je van ons zien en horen” en buitengesloten: “dit mag niemand weten”.

Als toeschouwer buiten de organisatie zie je iets heel anders (mits je achter de rolluik kan kijken), namelijk destructief, grensoverschrijdend en onacceptabel gedrag.

In systemisch taalgebruik noemen we dit gedrag van groepsleden onschuldig, de  gevolgen van dit gedrag zijn dat echter niet.

 

“Zo binnen zo buiten”

Interessante paradox is dat bij een organisatie die als leidend principe heeft te streven naar een veilige(r) maatschappij naar binnen toe de veiligheid niet altijd kan waarborgen. Politiemensen worden dagelijks blootgesteld aan soms buitengewoon spannings- volle situaties. En wat voor effect heeft dit dan op de interne organisatie ?

 

Wat je buitensluit werkt ook op een bepaalde manier door naar binnen (en vice versa). Kan het zijn dat politieagenten mogelijk teveel dader- en slachtofferenergie meenemen terug de organisatie in? En speelt hier wellicht dan ook een diep verlangen naar controle op de eigen angsten wat grensoverschrijdend gedrag kan veroorzaken?

“Zolang je de schaduwen in jezelf of in een organisatie niet erkend en onder ogen ziet dan worden ze sterker”

Systemisch gezien werken de dynamieken in een organisatie als een mobile. Als je één element naar beneden duwt heeft dat invloed op het geheel.

Bijvoorbeeld:

  • in zorginstellingen is er bijvoorbeeld sprake van een (grote) onbalans tussen geven en nemen. Werkelijk alles moet wijken voor de cliënten, ondanks dat veel medewerkers uitgeput zijn. Hard werken is de ` onschuldbeweging en voor jezelf kiezen voelt als “schuld”.
  • Als een directieteam met elkaar overhoop ligt dan ontstaat er onrust bij de onderliggende afdelingen. Of anders gezegd; als ouders onenigheid hebben ontstaat er bij de kinderen een gevoel onrust. Hun basisgevoel van veiligheid en vertrouwen wordt bedreigd.

Wat te doen?

De volgende stappen zouden mijns inziens gezet moeten worden;

  • Gewenst en ongewenst gedrag zien in het licht van onderliggende dynamieken. 
  • Erkennen dat er misstanden zijn en dit in het volle licht naar buiten brengen.
  • De collega’s die als slachtoffer betrokken waren bij discriminerend en ernstige grensoverschrijdingen moeten erkend en dus gezien worden in de emotionele pijn en schade die hen is aangedaan.
  • Het daderschap moet verbonden worden met de directe gevolgen voor de desbetreffende collega. 
  • De top van een organisatie zou deze voor hen pijnlijke situatie kunnen aangrijpen om te kijken naar datgene wat zijzelf(onbewust) buitensluiten. 

Waar is hun aandacht op gericht en wat kunnen ze daardoor niet zien?

  • Persoonlijke angst en onveiligheid moeten nadrukkelijker een plek krijgen in de organisatie en dus bespreekbaar worden gemaakt.
  • De sterke dynamiek dader en slachtoffer zou verder onderzocht kunnen worden middels een of meerdere organisatie opstellingen. 

Vraag is hier: wie of wat of wat wordt er stelselmatig buitengesloten? En welke situaties, mensen zijn er in het verleden onvoldoende geëerd?

Erik Akerboom heeft mijns inziens de eerste stap in zijn leiderschap genomen door deze pijnlijke situaties te erkennen en daardoor een plek te geven in zijn organisatie. Door dit te doen kan er een diepwerkende verandering ingezet worden.

Opstelling met Corona

Tijdens de opstelling stond CORONA in het midden met ertegenaan ANGST, beiden kijken naar MATERIE. Datgene wat toekijkt HET GROTE staat op enige afstand en kijkt toe. VERTROUWEN en HOOP staan om CORONA en ANGST.

De beweging die nu volgt is interessant.

CORONA en ANGST bewegen naar MATERIE (MATERIE wordt beschermd).
HOOP en VERTROUWEN nemen de opengevallen plek in van CORONA en ANGST.

Toen LIEFDE in de opstelling kwam kantelde echter alles. CORONA werd kleiner en ging uiteindelijk op de grond liggen.

Wat zegt dit?
De informatie die uit de opstelling komt is dat CORONA ons helpt om door onze angst voor materieel verlies heen te gaan. Hierdoor kan vertrouwen en hoop (weer) een plek krijgen IN ons en in de wereld.

CORONA helpt ons weer contact te maken met ons hart / de liefde. Deze werkt helend.

Wat je buitensluit krijgt macht

George Floyd is vermoord door een witte politieman. Hij is niet de enige en het zal helaas zeker niet de laatste zijn.

Gisteren zag ik een filmpje uit Bristol waarin Edward Colston van zijn sokkel werd gehaald en in het water werd gegooid. Een lynchpartij met veel gevoelens van genoegdoening bij omstanders. Ik snap de woede maar vond het niet fijn om te zien. Het herinnerde mij aan de vreselijke foto’s van zwarte mensen die vermoord worden door witte omstanders rond 1900 in Amerika. Dit was natuurlijk een bronzen beeld en gelukkig geen echt mens. Als hij geleefd had was hij vermoedelijk uit zijn huis gehaald.

Het negeren van onze schaduw kan grote gevolgen hebben.
Het probleem is dat als ik mijn eigen daderschap buitensluit de polariteit alsmaar groter wordt. Op een collectief niveau kunnen de gevolgen groot zijn.

Iets of iemand buitensluiten doen we -hoe subtiel ook- allemaal. De verandering die je wenst start bij jezelf. Nederland is heel goed in het helpen, eren van slachtoffers. Maar wat doen wij met ons persoonlijk en collectief daderschap?

Het probleem is dat als ik mijn eigen daderschap buitensluit, de polariteit alsmaar groter wordt. Iets of iemand buitensluiten doen we -hoe subtiel ook- allemaal. De verandering start bij jezelf.

Welke Nederlanders waren slavenhandelaars, hielpen in Westerbork, reden de treinen, joegen op Joden, pleegden misdaden in Indonesië, laten NU geen donkere mensen of met een andere achternaam toe bij uitzendbureaus? Ik pleit dat we niet alleen blijven opstaan tegen het buitensluiten van mensen maar ook ons persoonlijke en collectieve daderschap op een sokkel zetten.